JournalThe name is Doodle, Johnny Doodle

Name writer: Marjan Luit, voormalig Marketing Manager
Project: Kennismaking boeren
Travel companions: Joshua Schaap (Quality & Innovation Manager) en Gregory van de Engel (Export Manager)
Date: Augustus 2015
Location: Ghana

Best spannend vinden we het, als we in augustus 2015 op het vliegtuig richting Ghana stappen. We hebben grote plannen, maar weten nog niet hoe we dat moeten gaan realiseren. We weten ook niet wat we daar aantreffen. Ghana, een land in Afrika. Maar veel meer weten we er nog niet vanaf.

We komen aan op het vliegveld van de hoofdstad Accra. We zijn met z’n tweeën, onze productontwikkelaar Joshua en ik en worden opgewacht door twee andere collega’s die er al een dagje zijn. Meteen na het uitstappen vliegt de warmte ons tegemoet. Wat is het hier warm en benauwd! En het voelt alsof we jaren terug gegaan zijn in de tijd. Zo anders en eenvoudig is alles op het vliegveld.

Vanaf Accra rijden we met de auto naar Thema, ongeveer een half uur rijden in oostelijke richting. In Thema woont Sam, onze ‘Ghanese partner in crime’. Sam is een Ghanese zakenman die lang in Amerika gewoond en gewerkt heeft. Sam kan en zal ons helpen in onze missie. En later op deze reis zou blijken dat we zonder Sam veel minder voor elkaar hadden gekregen.

In ons hotel in Accra checken we in en besluiten eerst maar eens op adem te komen. In het hotel is het koel en Westers en heb je niet het gevoel in Afrika te zijn. Een vreemde gewaarwording.

De volgende ochtend plannen we onze reis. We hebben maar een week voor twee belangrijke doelen: de minister van Landbouw speken en onze cacaoboeren bezoeken. We besluiten met dat laatste te beginnen.
Onze cacaoboeren wonen in het gebied Bonsu Nkwanta in het westen van Ghana, niet al te ver van de grens met Ivoorkust. Het is nog best een klus om daar te komen. En omdat het niet veilig is voor blanken, moet er een beveiliger mee. Matthew heet hij. Een politieagent die ook Sam beveiligt. Matthew zit voorin de auto met een Kalasjnikov (!) in zijn hand. Ach, je went er aan.

We rijden terug naar het vliegveld in Accra en nemen een binnenlandse vlucht naar Kumasi. Dat is ongeveer anderhalf uur vliegen. Van daaruit huren we een auto. Een Jeep, hetgeen geen overbodige luxe was gezien het feit dat de verharde wegen vrij snel ophielden. Vanaf Kumasi was het ongeveer zeven uur rijden naar de cacaoboeren. Dat lukte niet in een dag waardoor we halverwege een motel hebben gepakt. De volgende ochtend reden we verder. Op een gegeven moment stoppen we en wordt gezegd dat dit de laatste plek met een toilet en stromend water was. Dus wie nog moest plassen, kon nog even gaan. Daarna gingen we echt het tropisch oerwoud in. De begroeiing werd heviger en de paden werden bijna onbegaanbaar. Rode zandpaden met flinke kuilen in de weg. Het was een heftig ritje. Maar mooi was het ook. Prachtig om te zien hoe ineens de cacaobomen tevoorschijn kwamen!

In het dorp aangekomen werden we opgewacht door de Chief en zijn gevolg. De Chief sprak geen Engels, de boeren ook niet trouwens, maar gelukkig hadden we Stephen bij ons. Stephen is een in Rotterdam wonende Ghanees. Hij fungeerde als tolk en dat werkte prima.
Het hele dorp liep uit. Uit alle hoeken en gaten kwamen de cacaoboeren met hun familie. Wat hadden we een bekijks. Wat kwamen die blanke mensen hier doen?

Nadat we onze plannen hadden uitgelegd werden we omarmd. Wat waren ze blij met onze hulp! Ik vroeg ze wat ze nu echt nodig hebben. Rubberlaarzen was het antwoord. Maar ook kruiwagens en machetes. Op de vraag of hun kinderen naar school gingen was het antwoord: nee. Er is geen school in de buurt. Ze zouden wel willen hoor, maar het kan niet. Dat moeten we dus doen: we moeten een school voor ze bouwen. Dan kunnen de kinderen naar school en werken aan hun eigen toekomst in plaats van helpen op de plantage van hun ouders.
We deelden t-shirts, voetballen en petten uit. We hadden ook chocolade bij ons. Dat hadden ze dus nog nooit geproefd. Hoe raar is dat.

Na een paar uur reden we moe maar voldaan terug naar Kumasi. Wat een prachtige ervaring hadden we meegemaakt. En hoe welkom is onze hulp. ‘ Please come back’ riepen ze keer na keer. Alsof ze ons niet geloofden. Maar we komen terug. Dat beloven we.

Eenmaal terug in ons hotel in Thema moeten we echt even bijkomen. De volgende dag doen we dan ook vrij weinig. We bezoeken de lokale vismarkt en hebben een gezellige BBQ in het huis van Sam.

Op donderdag heeft Sam voor ons een afspraak geregeld met de minister van landbouw. Hij belt gewoon en regelt dat. Sam kent zelfs de president van Ghana. Heel handig. Het ministerie zit in Accra. Als we aankomen verbazen we ons over het gebouw waarin het ministerie gevestigd is. Een aftands flatgebouw dat wel eens gerenoveerd mag worden. We worden ontvangen in een klein kantoortje en krijgen gelukkig snel een flesje koud water, want het is er bloedheet.

Na een paar minuten wachten mogen we naar de vergaderkamer waar de minister – ik ben zijn naam vergeten – op ons wacht. Hij heet ons welkom en vraagt waarmee hij ons kan helpen. Ik begin mijn verhaal over Johnny Doodle chocolade en de Johnny Doodle Cooperation en vertel dat we de boeren willen helpen, etc. Hij onderbreekt me al vrij snel met de mededeling dat hij niet de juiste persoon voor ons is. Cacao is voor de Ghanese regering zo belangrijk, dat het onder de minister van financiën valt. En die is er niet. Hij is met vakantie. De Director van de Cocoa Board ook. Zijn we dan voor niets hier gekomen?

De minister van landbouw biedt aan om de director van de Cocoa Board even te bellen, hij is wel vrij, maar is niet op reis dus wie weet hebben we geluk. En inderdaad de man is bereid te komen. Een half uur later wandelt hij binnen, gekleed in korte broek en Hawaï shirt, want tja, hij was vrij. Hij vertelt ons van alles over de cacao handel en het beleid van de Ghanese regering. En hij bevestigt dat hij blij is met onze initiatieven. Hij geeft ons zijn contact gegevens en belooft ons te helpen waar hij maar kan. We overhandigen hem de allereerste Johnny Doodle chocoladerepen en beloven snel terug te komen.

Een dag later vliegen we terug naar Nederland. Vermoeid, maar een stuk wijzer. We weten nu zeker dat we heel veel kunnen doen voor de cacaoboeren in Ghana. We weten ook hoe we dat moeten aanpakken en wat ze nodig hebben. En we kennen precies de juiste mensen om ons daarbij te helpen. Kortom: het was een ontzettend geslaagde reis!